Interview Jos de Putter
Naam: Jos de Putter
Woonplaats: Amsterdam
Leerling van/tot: 1971-1977 aan het Zeldenrust
Huidig beroep: (Film)regisseur en kunstenaar
Favoriete docent(e): meneer Snikkers (Latijn)
,,Al tientallen jaren ben ik vertrokken uit Zeeuws-Vlaanderen. Toch is een deel van mij permanent vertegenwoordigd in mijn geliefde geboortestreek. In museum Het Warenhuis in Axel hangt namelijk een heleboel werk van me, dat ik aan ze geschonken heb. Ook wordt mijn film ‘Het is een schone dag geweest’ er permanent gedraaid. De gedachte dat ik op deze manier verbonden blijf met mijn geboortegrond vind ik heel erg fijn. Ik ben opgegroeid op een boerderij tussen Axel en Zaamslag. Nadat ik mijn basisschooltijd op de Warande in Axel had doorgebracht, kwam ik in 1971 op het gymnasium aan het Zeldenrust terecht. Ondanks dat ik op een boerderij woonde, zou ik mezelf in die tijd allesbehalve als een boer omschrijven. De term boekenwurm paste veel beter bij mij. Op de middelbare school was ik, zeker in het begin, een heel gedisciplineerde en eigenlijk ietwat saaie leerling. School en met name literatuur fascineerde me mateloos, dus ik was erg gedreven in mijn schoolwerk. Pas toen ik een jaar of 16 was, begon mijn wereld zich op een bepaalde manier te verbreden toen ik wat ruigere vrienden kreeg. Het was de tijd dat we beeltenissen van Mao Zedong in het geschiedenislokaal ophingen om te provoceren. Je kunt het je nu echt niet meer voorstellen, maar dat gebeurde in die tijd nog gewoon. Dat rebelse sprak me wel aan, al deed ik zeker niet overal aan mee. Terwijl iedereen aan de hasj ging, heb ik dat nooit gedaan. Ik kan het me nog wel goed herinneren hoor, dat we café de Engel binnenstapten en de hele tent letterlijk blauw van de rook stond. Als ik dat nu aan mijn dochters van 25 en 21 uitleg, kunnen ze zich er niks bij voorstellen, haha. Mijn liefde voor film begon zo rond mijn veertiende jaar. Heel wat keren ben ik naar Gent gegaan om daar naar de bioscoop te gaan. Uiteindelijk ben ik niet naar de filmacademie gegaan, ook al had ik dat graag gewild. Mijn vader vond dat destijds geen goed idee, al hebben mijn ouders me uiteindelijk in alles gesteund. Na het Zeldenrust ben ik politicologie en literatuurwetenschappen gaan studeren om met wat geluk toch nog in de filmwereld te belanden. Mijn broer woont nog steeds in Zeeuws-Vlaanderen. Sterker nog, hij woont in de voormalige ouderlijke woning. Met mijn vrienden had ik na de middelbareschooltijd zeker nog contact, maar de meesten zijn helaas al jong overleden. Mijn beste vriend Mattie is zelfs al op zijn veertigste overleden. Net als ik hield hij heel erg van Bob Dylan, dat schepte gelijk een band tussen ons. Als ik een leraar moet noemen waar ik een goede connectie mee had, dan is dat voor mij zonder twijfel meneer Snikkers. Onder zijn begeleiding hebben we als gymnasiumleerlingen een reis naar Rome gemaakt. Voor mij was het de eerste keer dat ik echt iets van de wereld zag. Het zou een van de vele mooie herinneringen aan mijn middelbareschooltijd worden.”
